Kwapa Camp

‘Een tentenkamp zonder hek.’ We hebben geen foto’s gezien, moeten het van onze fantasie hebben. Natuurlijk maakte ook ik tevoren een voorstelling van hoe het zou zijn. Maar je weet ook dat deze nooit klopt. Ons vliegtuig landt in Botswana op een stoffige strook asfalt van een klein vliegveld, vlakbij het stadje Maun. Een Flying Doctors-achtige approach, zeg maar.

Daar staan we, onwennig in onze groene, tweedehands kleding van de legerdump. Het is warm. Gids Mike staat ons op te wachten; een Crocodile Dundee-achtige man van in de zestig, compleet met leren hoed. Mike zegt ons gedag in goed verstaanbaar Engels.

Landcruiser

De tassen gooien we achterin de terreinwagen, een Toyota Landcruiser met achter de bestuurder 6 open zitplaatsen met alleen een stoffen dak. Voorop de ‘koeienvanger’ ligt een groot rood ding dat we later leren kennen als de krik voor de auto. Hij ligt er voor de hand en dat blijkt de komende dagen maar goed ook.

De voorruit is naar beneden geklapt, ligt op de motorkap, en de motor heeft een soort snorkel waardoor de wagen water kan doorwaden. In een echte terreinauto, gemaakt voor deze omgeving, rijden we Maun uit over een asfaltweg die we na een kwartier inruilen voor een zandpad. Zó, dat was de bewoonde wereld. Het is begonnen. Nog heel even zien we af en toe een lemen hut, soms met mensen, soms met een koe, en dan houdt het op, zien we een week lang vrijwel niemand meer.

Na een uur rijden passeren we een poort in een hek, geopend door een jonge Afrikaan. Vanaf nu hebben de dieren het voor het zeggen. Nog een uur later, na een rit door een droog en ruig gebied, stoppen we voor een boterham. De natuur is prachtig maar we hebben nog geen grote dieren gezien. We stappen uit en eten naast de auto een met een groot mes gesneden dik plak brood, grover dan de sneetjes bij onze bakker thuis, maar passend bij onze nieuwe omgeving. Worst er op, een glas water er bij, alles voelt goed.

Het is al in de middag en nog steeds warm. Als we weer verder willen, zoek ik even een boom op om wat kwijt te raken. Mike waarschuwt me bijna achteloos ‘niet te ver van de auto’ te gaan. Het is het eerste moment waarop het besef doordringt dat we in een omgeving zijn waar we de regels niet kennen. Ik pak de eerste de beste boom en blijf gespannen om me heen kijken, om vervolgens met stevige pas terug te keren naar de auto.

Het kamp

Het duurt nog drie uur voordat we Kwapa Camp binnenrijden, onze bestemming. Het blijkt een geweldige plek, pal aan de 50 meter brede Kwapa rivier gelegen. Onder een grote boom staat een langwerpige tent zonder zijkanten, met onder het doek een lange tafel waaraan we een maaltijd gebruiken. Achter de bosjes staat een kleine container en knettert een kampvuur waarboven pannen hangen. Het is de keuken van onze Botswaanse staf, 4 jongens uit Maun. Zij vormen als het ware ons enige comfort deze week.

Verspreidt tussen de bomen staat een vijftal kleine 2 persoons tentjes op ongeveer 20 meter van elkaar. Er is met tentdoek aan de achterkant van ieder tent een soort 2 meter hoog windscherm gemaakt, zonder dak. Door een uitgang in je tent kan je daar direct komen. Het is de badkamer. In de extra tent is een gat in de grond gegraven en hangt een emmer aan een boom; wc en douche in één. S’nachts mogen we onze tent niet uit, dat is gevaarlijk. Mike legt uit dat wilde dieren ons overdag ontwijken als dat kan. ‘Jij bent de jager en staat hoger in de voedselketen, die hier nogal van belang is.’

‘s Nachts is alles anders. Dan zijn de wilde dieren in het voordeel en dat wéten ze, vertelt Mike. Een nachtelijke stoelgang of zelfs de kleine boodschap moet dus binnen dat dunne tentdoek gebeuren… in het pikkedonker voelt dat allerminst als een beschermingswal, enige ongerustheid maakt zich van ons meester, ook al maakt een onwaarschijnlijk heldere sterrenhemel diepe indruk. We mogen er een week lang van genieten.

Olifant

Mike neemt ons bij het laatste licht mee voor een korte wandeling. Nog geen tien meter buiten het kamp wijst onze gids naar sporen op de grond. Of we weten van welk dier? Nog geen 36 uur na vertrek uit Nederland staren we naar de grond, we hebben eigenlijk geen flauw idee. ,,Een olifant”, zegt Mike, ,,waarschijnlijk gisterennacht”. Okay, prima, dat is inderdaad vlakbij. Heel vlakbij ons ‘tentenkamp zonder hek’.

Toon van Bergen – eigenaar Napoon B.V.

Share on FacebookShare on Google+Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn


Wil jij dit avontuur ook doen?

Of meer informatie? Vraag dan vrijblijvend een offerte aan via onderstaande oranje balk of neem contact op via onderstaande 'contact' knop.

Neem contact op